NVPB NETWERKBIJEENKOMST - WOENSDAG 20 JUNI 2018

Op woensdag 20 juni 2018 organiseert branchevereniging NVPB een netwerkbijeenkomst over “Insecten”. Ook Killgerm zal tijdens deze bijeenkomst aanwezig zijn met een kleine stand waar u onze laatste nieuwe producten kunt ontdekken.

Meer informatie omtrent het (middag)programma, de sprekers en de netwerkborrel volgt zeer spoedig. U kunt ook steeds de website van de NVPB raadplegen via www.nvpb.org.

Locatie: Hotel Van der Valk, Breukelen.

BEPERKING NEONICOTINOÏDEN - GEVOLGEN VOOR BAYER ENVIRONMENTAL SCIENCE (BE)

Diegem, 7 mei 2018 – bron: Bayer Environmental Science

De Europese Commissie en de lidstaten zijn overeengekomen om het gebruik van neonicotinoïden in de EU grotendeels te beperken

Beste,

U heeft het waarschijnlijk al gelezen in de krant of gehoord op de televisie. De EU-lidstaten op 27 april 2018 hebben ingestemd met een verbod in de Europese Unie op buitentoepassingen van gewasbeschermingsmiddelen op basis van de drie neonicotinoïden imidacloprid, clothianidine en thiamethoxam. Deze beslissing is gebaseerd op risicobeoordelingsconclusies van de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA).

We blijven er diep van overtuigd dat deze beperkingen niet gerechtvaardigd zijn omdat onze producten veilig zijn bij verantwoord gebruik volgens de instructies op het etiket, maar onze inhoudelijke argumenten hebben de besluitvormers helaas niet kunnen overtuigen.

Inhoud van de beperkingen:

  • De vastgestelde voorschriften verbieden het in de handel brengen, de verkoop en het gebruik van zaden die zijn behandeld met gewasbeschermingsmiddelen die een van de drie werkzame stoffen bevatten, behalve die voor gebruik in bedekte teelten waar het gewas gedurende de gehele levenscyclus in de kas blijft en niet buiten wordt uitgeplant.
  • Naast de reeds beperkte toepassingen verbieden de voorschriften alle (resterende) toepassingen in buitenteelten, inclusief imidacloprid-, thiamethoxam- en clothianidine-zaadbehandeling.
  • Rekening houdend met de toegekende respijtperiode, zal de volledige reikwijdte van de verbodsbepalingen over ongeveer 3-9 maanden in werking treden (exacte tijdlijnen kunnen per lidstaat verschillen). Dit betekent dat de beperkingen waarschijnlijk snel in werking zullen treden.

Als producent van twee van de drie stoffen, namelijk imidacloprid en clothianidine, is dit natuurlijk een beslissing die ons sterk raakt, maar vooral voor telers grote gevolgen heeft. De gewasbeschermingsindustrie zal geen geregistreerd alternatief kunnen aanbieden die de huidige zaadbehandeling met imidacloprid of clothianidine bevattende producten kunnen vervangen. Ook kunnen blad- en grondtoepassingen van imidacloprid niet efficiënt worden vervangen. Dit onderstreept duidelijk de ernst van deze beslissing.

De beperkingen werden door de Europese Commissie gerechtvaardigd met vermeende risico’s die de stoffen voor bijen opleveren.

Wij geven om bijen. Ze zijn essentieel voor de bestuiving van vele gewassen en wilde planten. Dat is echter geen reden om het gebruik van imidacloprid en clothianidine verder in te perken. Bij verantwoord gebruik vormen onze producten geen onaanvaardbare risico voor bijen. Wij zijn dan ook van mening dat er effectieve manieren zijn om de gezondheid van bestuivers te ondersteunen – zoals het aanbieden van een geschikt leefgebied en voldoende bloeiende gewassen en wilde planten – anders dan het verbieden van stoffen die boeren en tuinders jarenlang effectief hebben gesteund bij het beheersen van bepaalde plagen. Een schat aan agronomische en goede stewardship methoden, zoals gecertificeerde zaadbehandelingen en technologie om stofvorming tijdens het zaaien te verminderen zijn beschikbaar en al geïmplementeerd om ervoor te zorgen dat bestuivers worden beschermd. Als toonaangevend bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat een gevestigd belang heeft in de gezondheid van bestuivers, werkt Bayer wereldwijd met vele partners samen aan het verbeteren van het leefgebieden en voldoende voeding voor bestuivers, de wetenschap achter de gezondheid van bestuivers, rentmeesterschap en de communicatie tussen boeren en imkers.

Het Bayer Environmental Science product dat door de aangekondigde maatregelen geraakt zal worden is de imidacloprid-bevattende Merit Turf.

De Waalse regering had reeds op 4 april 2018 een besluit genomen over het gebruik van neonicotinoiden welke van kracht gaat op 1 juni 2018. In Wallonie mag Merit Turf daarom niet meer toegepast worden na  1 juni 2018.

Het besluit van de Waalse overheid heeft ook betrekking op biociden gebaseerd op neonicotinoïden. Hieronder vallen de middelen Maxforce White, Maxforce Platin en Maxforce Quantum. Deze biociden die neonicotinoïden bevatten, kunnen alleen worden gebruikt door professionele gebruikers geregistreerd als gebruikers van biociden van het gesloten circuit, wegens het natuurbehoud, het behoud van het plantenerfgoed, het beheer van de sanitaire risico’s of de veiligheid van personen, met inbegrip van de bestrijding van invasieve exotische soorten.

Voor de duidelijkheid willen we hier nog melden dat door het Europese besluit de registratie van imidacloprid bevattende biociden ongewijzigd blijven. Aan de toelating van Maxforce White, Maxforce Platin en Maxforce Quantum verandert niets. De vraag is inmiddels reeds gesteld in hoeverre het gebruik van de genoemde middelen vallen onder het beheer van sanitaire risico’s zoals gesteld in het recente Waalse decreet!

Op dit moment moeten we de concrete implicaties van het besluit nog analyseren en wachten op verdere informatie over de respectievelijke implementatie termijnen in elk van de EU-lidstaten. Zodra er meer duidelijkheid is, zullen we in overleg met u de juiste stappen voorwaarts bepalen, inclusief communicatie over de resterende toepassingen en het waar mogelijk aandragen van potentiële productalternatieven die we eventueel kunnen aanbieden.

Mochten er nog vragen zijn, neem dan contact op met uw gebruikelijke contactpersoon bij Bayer of met Valerie Vercammen (valerie.vercammen@bayer.com tel: +32495535652), onze Agricultural Policy & Stakeholders Affairs Manager.

Hoogachtend,

Michel Wimmers                                                                  Stein de Meulemeester
Head of ES Professional                                                     Key Account Manager

BEPERKING NEONICOTINOÏDEN - GEVOLGEN VOOR BAYER ENVIRONMENTAL SCIENCE (NL)

1 mei 2018 – bron: Bayer Environmental Science

De Europese Commissie en de lidstaten zijn overeengekomen om het gebruik van neonicotinoïden in de EU grotendeels te beperken

Beste relatie,

U heeft het waarschijnlijk afgelopen weekend al gelezen in de krant of gehoord op de televisie. De EU-lidstaten op 27 april 2018 hebben ingestemd met een verbod in de Europese Unie op buitentoepassingen van gewasbeschermingsmiddelen op basis van de drie neonicotinoïden imidacloprid, clothianidine en thiamethoxam. Deze beslissing is gebaseerd op risicobeoordelingsconclusies van de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA).

We blijven er diep van overtuigd dat deze beperkingen niet gerechtvaardigd zijn omdat onze producten veilig zijn bij verantwoord gebruik volgens de instructies op het etiket, maar onze inhoudelijke argumenten hebben de besluitvormers helaas niet kunnen overtuigen.

Inhoud van de beperkingen:

  • De vastgestelde voorschriften verbieden het in de handel brengen, de verkoop en het gebruik van zaden die zijn behandeld met gewasbeschermingsmiddelen die een van de drie werkzame stoffen bevatten, behalve die voor gebruik in bedekte teelten waar het gewas gedurende de gehele levenscyclus in de kas blijft en niet buiten wordt uitgeplant.
  • Naast de reeds beperkte toepassingen verbieden de voorschriften alle (resterende) toepassingen in buitenteelten, inclusief imidacloprid-, thiamethoxam- en clothianidine-zaadbehandeling.
  • Rekening houdend met de toegekende respijtperiode, zal de volledige reikwijdte van de verbodsbepalingen over ongeveer 3-9 maanden in werking treden (exacte tijdlijnen kunnen per lidstaat verschillen). Dit betekent dat de beperkingen waarschijnlijk snel in werking zullen treden.

Als producent van twee van de drie stoffen, namelijk imidacloprid en clothianidine, is dit natuurlijk een beslissing die ons sterk raakt, maar vooral voor telers grote gevolgen heeft. De gewasbeschermingsindustrie zal geen geregistreerd alternatief kunnen aanbieden die de huidige zaadbehandeling met imidacloprid of clothianidine bevattende producten kunnen vervangen. Ook kunnen blad- en grondtoepassingen van imidacloprid niet efficiënt worden vervangen. Dit onderstreept duidelijk de ernst van deze beslissing.

De beperkingen werden door de Europese Commissie gerechtvaardigd met vermeende risico’s die de stoffen voor bijen opleveren. Wij geven om bijen. Ze zijn essentieel voor de bestuiving van vele gewassen en wilde planten. Dat is echter geen reden om het gebruik van imidacloprid en clothianidine verder in te perken. Bij verantwoord gebruik vormen onze producten geen onaanvaardbare risico voor bijen. Wij zijn dan ook van mening dat er effectieve manieren zijn om de gezondheid van bestuivers te ondersteunen – zoals het aanbieden van een geschikt leefgebied en voldoende bloeiende gewassen en wilde planten – anders dan het verbieden van stoffen die boeren en tuinders jarenlang effectief hebben gesteund bij het beheersen van bepaalde plagen. Een schat aan agronomische en goede stewardship methoden, zoals gecertificeerde zaadbehandelingen en technologie om stofvorming tijdens het zaaien te verminderen zijn beschikbaar en al geïmplementeerd om ervoor te zorgen dat bestuivers worden beschermd. Als toonaangevend bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat een gevestigd belang heeft in de gezondheid van bestuivers, werkt Bayer wereldwijd met vele partners samen aan het verbeteren van het leefgebieden en voldoende voeding voor bestuivers, de wetenschap achter de gezondheid van bestuivers, rentmeesterschap en de communicatie tussen boeren en imkers.

Het Bayer Environmental Science product dat door de aangekondigde maatregelen geraakt zal worden is de imidacloprid-bevattende Merit Turf.

Op dit moment moeten we de concrete implicaties van het besluit nog analyseren en wachten op verdere informatie over de respectievelijke implementatie termijnen in elk van de EU-lidstaten. Zodra er meer duidelijkheid is, zullen we in overleg met u de juiste stappen voorwaarts bepalen, inclusief communicatie over de resterende toepassingen en het waar mogelijk aandragen van potentiële productalternatieven die we eventueel kunnen aanbieden.

Voor de duidelijkheid willen we hier nog melden dat de registratie van imidacloprid bevattende biociden ongewijzigd blijven. Aan de toelating en toepassingsmogelijkheden van Maxforce White, Maxforce Prime, Maxforce Quantum, Maxforce LN en QuickBayt WG verandert niets!

Mochten er nog vragen zijn, neem dan contact op met uw gebruikelijke contactpersoon bij Bayer of met Hinse Boonstra (hinse.boonstra@bayer.com, tel: 06-46024177), onze Stakeholder Manager.

Hoogachtend,

Michel Wimmers                                Marcel Nijssen
Head of ES Professional                   Business Development Manager

NIEUWE INTEGRALE VERSIE VAN HET "HANDBOEK BUITENGEBRUIK RATTENPOPULATIES" GEPUBLICEERD (NL)

Op 11 maart 2016 heeft het Ctgb haar goedkeuring gegeven voor een nieuwe versie van het Handboek voor de beheersing van rattenpopulaties om gebouwen en voedselopslagplaatsen: het ‘HBR’ versie 2.0. Het HBR is daarmee integraal van toepassing op professionele plaagdierbedrijven én agrariërs. Professionele plaagdierbedrijven én agrariërs moeten hiermee aan dezelfde hoogwaardige kwaliteitseisen gaan voldoen om buiten de overlast van rattenpopulaties te kunnen beheersen. Op 14 maart 2016 is bovendien het intellectueel eigendomsrecht op het HBR door de NVPB overdragen op KPMB. Daarmee is stichting KPMB vanaf heden verantwoordelijk voor het beheer van het HBR.

Aanleiding
Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft eerder bepaald dat rodenticiden alleen nog buiten kunnen worden gebruikt, indien het gebruik wordt beperkt tot de beheersing van rattenpopulaties en tot situaties waarin dat noodzakelijk is. Daarom moeten professionele plaagdierbedrijven en agrariërs met ingang van 1 januari 2017 gecertificeerd zijn om buiten rodenticiden te mogen toepassen. Voor anderen is het buitengebruik van rodenticiden dan niet meer toegestaan. De NVPB heeft het initiatief genomen voor de ontwikkeling van een werkwijze en bijbehorende certificering voor professionele plaagdierbedrijven. In de onderliggende werkwijze zijn de beginselen van Integrated Pest Management (IPM), waarbij wering en preventie centraal staan, als uitgangspunt genomen. De eerste versie van het HBR is op 28 april 2015 gepubliceerd. Deze versie is nu vervangen door het HBR, versie 2.0.

Integraal HBR
Het HBR, versie 2.0 is integraal van toepassing op professionele plaagdierbedrijven en agrariërs. De afgelopen periode heeft intensief overleg plaatsgevonden tussen het Ctgb, Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) en de NVPB over uitbreiding van de eerder versie van het HBR naar agrariërs. De partijen hebben hierover inmiddels overeenstemming bereikt en het HBR, versie 2.0 is hiervan het resultaat. Het uitgangspunt is dat professionele plaagdierbedrijven en agrariërs dezelfde werkwijze volgen. Ten aanzien van de agrariër is een aantal objectieve afwijkingen opgenomen die ermee verband houden dat de agrariër uitsluitend op eigen terrein plaagdieren beheerst. Dit wijkt af van de situatie bij een professionele plaagdiermanager, die steeds op andere bedrijfslocaties werkt en moet samenwerken met zijn opdrachtgever.

Stichting KPMB nieuwe beheerder van HBR
Na het bereiken van deze mijlpaal, heeft de NVPB op 14 maart 2016 het intellectueel eigendomsrecht op het HBR overgedragen aan stichting KPMB. Het Centraal College van Deskundigen (CCvD) van de stichting KPMB zal vanaf heden zorgdragen voor het beheer van het HBR en borgen dat het HBR beantwoordt aan wet- en regelgeving en overige eisen voor een verantwoorde beheersing van rattenpopulaties. KPMB zal tevens fungeren als de schemabeheerder voor de bijbehorende certificering. Hiermee wordt geborgd dat professionele plaagdierbedrijven bij één loket terecht kunnen voor alle certificeringen op het gebied van plaagdierbeheersing.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vooraan, van links naar rechts: Willem Keur, voorzitter KPMB en Marc van Zanten, voorzitter NVPB
Achteraan, van links naar rechts: Michel Wimmers, vicevoorzitter NVPB en Conno de Ruijter, directeur KPMB

Het nieuwe HBR 2.0 is hier te downloaden
Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever van dit handboek.

BRON: NVPB (www.nvpb.org)

Datum: 15-03-2016 

MINISTER MARGHEM LANCEERT OFFICIEEL HET REGISTER VOOR BIOCIDEN VAN HET GESLOTEN CIRCUIT IN BELGIË

Het register voor biociden van het gesloten circuit is opgestart; verkopers en gebruikers van deze biociden kunnen zich dus vanaf nu registreren op www.circuitbiocide.be!

Sommige biociden kunnen een hoog risico voor de gezondheid bieden en worden daarom in België ingedeeld in het gesloten circuit. Elke verkoper en elke gebruiker van biociden van het gesloten circuit zal zich vanaf 20 mei 2016 moeten registreren en vervolgens moet ook elke verkoop, aankoop en elk gebruik van deze biociden volgens de opgelegde termijnen worden geregistreerd (KB 08/05/2014). Het register is nu reeds online, zodat er voldoende tijd is om kennis te maken met het registratiesysteem.

Op de website www.circuitbiocide.be vindt u meer informatie omtrent de volgende vragen:

– Welke biociden behoren tot het gesloten circuit?
– Wat zijn uw verplichtingen als verkoper/koper?
– Hoe moet u zich registreren?
– Wat gebeurt er met de geregistreerde gegevens?

U vindt er verder:

– De EU Biocidenverordening 528/2012
– Het KB van 08/05/2014
– De lijst van toegelaten biociden (toelatingsakte/ gesloten circuit?/ …)
– Een folder voor verkopers en kopers van biociden van het gesloten circuit

Waarom moet men zich registreren ?
Het gesloten circuit biedt aan de overheid de mogelijkheid te garanderen en er zich van te vergewissen dat de biociden van het gesloten circuit niet vrij te koop zijn op de Belgische markt. Door de verkregen informatie zal het bijvoorbeeld mogelijk zijn om het gebruik van producten uit het gesloten circuit in de verschillende economische sectoren in kaart te brengen, of om de verkopers en de gebruikers te bereiken in het kader van sensibilisatieacties, gebruiksaanbevelingen, specifieke opleidingen, enz. Tot slot zal de Federale Overheidsdienst een totaalbeeld krijgen van de verkoop, de aankoop en het gebruik van deze biociden met een hoog gezondheidsrisico in België.

Contact: info.biocides@milieu.belgie.be

Bron: www.health.belgium.be

Datum: 03-12-2015

MANSVELD PRESENTEERT PLANMATIGE EN SAMENHANGENDE AANPAK VOOR KNAAGDIERBEHEERSING

Op 2 juli 2015 heeft staatssecretaris Mansveld (Ministerie van Infrastructuur en Milieu) de Tweede Kamer geïnformeerd over een planmatige en samenhangende aanpak voor knaagdierbeheersing. In de brief met bijlage worden huidige ontwikkelingen en nieuwe beleidsvoornemens geschetst die van grote invloed zijn op de toekomst van plaagdierbeheersing in Nederland.

Tweede Kamerlid Lutz Jacobi (PvdA) heeft de regering in een (aangenomen) motie opgeroepen te komen met een planmatige en samenhangende aanpak voor de preventie van plaagdieren en de preventie van biocidengebruik. Met de brief en bijlage wordt de motie uitgevoerd.

De principes van Integrated Pest Management (IPM) worden centraal gesteld om te komen tot een duurzame knaagdierbeheersing. Dat betekent dat preventie van dierplagen voorop wordt gesteld en alleen chemische middelen worden ingezet wanneer daarvoor geen werkbare alternatieven bestaan. In de brief wordt ook aandacht besteed aan de ontwikkeling van certificering in Nederland en Europa, zoals het Keurmerk Plaagdiermanagement Bedrijven (KPMB) en de CEN standaard voor plaagdierbeheersing (EN 16636). De brief gaat in op de ontwikkelingen die reeds in gang zijn gezet, zoals de nieuwe werkwijze voor de beheersing van ratten buiten gebouwen, en op nieuwe beleidsvoornemens. De belangrijkste zaken worden hieronder toegelicht.

Buitengebruik van rodenticiden
Naast een toelichting op de eisen voor het buitengebruik van rodenticiden wordt ook de laatste stand van zaken beschreven. De laatste ontwikkelingen zijn dat, naast de NVPB, ook LTO een protocol heeft ingediend voor de beheersing van rattenpopulaties door agrariërs. Dit protocol moet ook beantwoorden aan de door het Ctgb en de ILenT gestelde eisen en heeft momenteel nog geen goedkeuring. De volgende stap is de ontwikkeling van opleidingen, examens en de certificering. KPMB is door de brancheorganisaties NVPB, PLA..N en LTO aangewezen als schemabeheerder. De protocollen van NVPB en LTO zullen onder KPMB worden geïntegreerd tot één protocol dat de basis vormt voor deze certificering. Dat betekent dat één uniforme werkwijze zal gelden voor de beheersing van ratten buiten gebouwen voor zowel professionele plaagdiermanagementbedrijven als voor agrarische ondernemingen. In de brief wordt ook gesproken over uitbreiding van de eisen voor buitengebruik naar binnengebruik van rodenticiden. De NVPB is bereid hierover in gesprek te gaan met de overheid, mits de aanpak voor buitengebruik eerst zorgvuldig is geëvalueerd en succesvol blijkt.

Resistentietest
Wageningen UR heeft een test ontwikkeld waarmee op basis van een monster de genetische resistentie bij ratten en muizen kan worden aangetoond. De test wordt nog verder verfijnd. Hiermee wordt in de toekomst mogelijk om per regio vast te stellen of het knaagdier resistentie heeft opgebouwd voor een bepaalde actieve stof. Met behulp van de test zouden middelen gericht kunnen worden ingezet. Na de zomer zal in overleg met het veld worden gesproken over de wijze waarop van deze faciliteit gebruik kan worden gemaakt. De NVPB ziet het beschikbaar komen van de test als een positieve ontwikkeling. De inbedding hiervan in de praktijk zal echter geen belemmering mogen zijn voor een effectieve plaagdierbeheersing en niet moeten leiden tot een lastenverzwaring voor het bedrijfsleven. Dit onderwerp heeft dan ook de aandacht van de NVPB.

Distributeurs van rodenticiden moeten gaan beschikken over een vakbekwaamheidsbewijs
Momenteel moeten professionele plaagdierbeheersers beschikken over een vakbekwaamheidsbewijs om biociden ter bestrijding van plaagdieren te mogen toepassen. Dat betekent dat de eindgebruiker geschoold is op het gebied van plaagdierbeheersing en de risico’s van de middelen kent. Tot 1 juli 2015 waren agrariërs die rodenticiden (bestrijdingsmiddelen specifiek voor ratten en muizen) op het eigen agrarisch bedrijf toepassen, uitgezonderd van deze verplichting. Deze vrijstelling is dus inmiddels vervallen en agrariërs moeten zelf beschikken over een vakbekwaamheidsbewijs of een professioneel bedrijf inschakelen. In de brief wordt aangekondigd dat met ingang van 1 januari 2017 naast de eindgebruikers ook de distributeurs van rodenticiden vakbekwaam moeten zijn. De verdere details zijn nog niet bekend en zullen in overleg met de branche nader worden uitgewerkt. Het is te verwachten dat aansluiting wordt gezocht bij de huidige praktijk ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen, waarbij distributeurs ook moeten beschikken over een vakbekwaamheidsbewijs. De NVPB zal bij de nadere uitwerking van deze nieuwe eis worden betrokken en zal hierover met de distributeurs in contact treden.

De Rijksoverheid zal criteria ontwikkelen voor de aanbesteding van knaagdierbeheersing
De NVPB heeft bij het ministerie van IenM aangedrongen op meer aandacht voor kwaliteitsborging van plaagdierbeheersing in het kader van aanbestedingen door de (semi-)overheid. Het komt met regelmaat voor dat in de gunningscriteria onvoldoende ruimte wordt geboden voor een duurzame plaagdierbeheersing op grond van de principes van IPM. Dit is onwenselijk en kan worden verklaard door onbekendheid met de wijze waarop een goede plaagdierbeheersing wordt uitgevoerd en de afwezigheid van heldere richtsnoeren hiervoor. Dit signaal is opgepakt door het ministerie en er zullen criteria worden ontwikkeld die als hulpmiddel kunnen worden gebruikt voor een aanbesteding. De NVPB heeft specifieke gedachten over dergelijke criteria en heeft onlangs ook een projectgroep opgericht die zich hiermee bezighoudt. De bevindingen van de projectgroep zullen aan het ministerie van IenM in overweging worden gegeven.

Voorlichting over IPM
Mansveld zegt in haar brief ook toe meer aandacht te zullen vragen voor de noodzaak van het toepassen van IPM door (semi-)overheden, bedrijven en particulieren. Hiertoe zal gericht voorlichting worden gegeven en wordt ook algemene informatie beschikbaar gesteld op de website van de Rijksoverheid. Mede op aandringen van de NVPB zal ook bij hygiënecodehouders aandacht worden gevraagd voor IPM. Daartoe heeft de NVPB zelf ook een richtlijn ontwikkeld die door hygiënecodehouders kan worden gebruikt om uitvoering te geven aan het onderdeel plaagdierbeheersing. Opdrachtgevers van professionele plaagdiermanagementbedrijven hebben doorgaans geen oog voor IPM en een duurzame plaagdierbeheersing. Voorlichting vanuit de Rijksoverheid is een noodzakelijk voorwaarde om te komen tot de gewenste professionalisering. De NVPB juicht de vergroting van aandacht voor IPM dan ook van harte toe.

De NVPB is van mening dat het geschetste beleid bijdraagt aan de integratie van IPM in de Nederlandse praktijk voor plaagdierbeheersing. Een aantal belangrijke zaken zal nog nader moeten worden uitgewerkt. De NVPB zal borgen dat de bedrijven in staat worden gesteld om in de toekomst de overlast van plaagdieren adequaat op een duurzame wijze kunnen blijven beheersen zonder dat hier een onnodige lastenverzwaring tegenover staat.

Bron: NVPB

Datum: 06-07-2015